GemeenteBelangen Veendam

Van Veendam naar Westerlee en weer terug.

 

 

Graag besteden we op deze site aandacht aan de gang van zaken rond het Verdrag van Westerlee. U weet wel, het door staatssecretaris mevr. Klijnsma en de gemeenten Oldambt, Pekela, Menterwolde, Bellingwedde, Vlagtwedde, Borger-Odoorn, Stadskanaal en Veendam geïnitieerde plan om in een gezamenlijke aanpak inhoud te geven aan een gemeenschappelijk “werk- en  ontwikkelbedrijf” als opvolging van de op den duur ontmantelde Wedeka en Synergon, waarbij de overheid de te nemen stappen zou mee willen helpen financieren, qua  bedragen ter grootte van vele miljoenen euro’s. De geboden “hulp” vanuit De Haag is een voortvloeisel uit de constatering dat de Oost-Groninger regio vergeleken met de rest van Nederland twee à drie maal zoveel inwoners heeft die voor werk zijn aangewezen op de sociale werkvoorziening.

Toen het initiatief in 2014 ondertekend was is men vol goede moed aan de slag gegaan om inhoud te geven aan de uitvoering van dit initiatief.

Het duurde niet zo heel lang voordat duidelijk werd dat er bij het geven van de invulling aan de vormgeving en de uitrol van de interne organisatie van het “werk- en ontwikkelbedrijf” de nodige verschillen van mening tussen de verschillende participanten aan de oppervlakte kwamen drijven. Verschillen die vooral grofweg te maken hadden en hebben met het verschil van inzicht in de grootte van het nieuw te vormen model, alsmede ook het samenvoegen van de verschillende TDC’s (trainingscentra) tot één TDC, het al dan niet benoemen van één algemeen directeur en het creëren van één raad van bestuur met de consequentie dat de rol van de gemeenten veel verder op afstand zou komen te staan.

De kritische houding die de gemeente Veendam mede in dezen heeft ingenomen werd door onze fractie zeker gesteund. Het spookbeeld van een groot  en log vormgegeven organisatie die de kenmerken van een vergelijkbaar moeilijk bestuurbare “mammoettanker” in zich zou dragen zagen we reeds voor ons.

De kritische kanttekeningen zoals zojuist beschreven werden door de staatssecretaris niet gehoord , dan wel weggewuifd. Een en ander werd door de voorstanders van de ten uitvoer liggende plannen, met name de SP en PvdA aanhangers,  betiteld als “dwarsliggen” en “niet constructief”.  Immers, de belangen van de toekomstige medewerkers werden op deze wijze wel heel erg geschaad. Ook werd dit standpunt dankbaar opgepakt door de pers om dit zogenaamde dwarsliggen overmatig breed uiteen te zetten, zonder een goede belichting van het waarom toe te voegen.

Voor de staatssecretaris was dit reden om op een andere manier inhoud te geven aan het in haar ogen “Oost-Groningse getreuzel” en ze kwam dan ook op de proppen met een tweetal gebiedsregisseurs die aan de zogenaamde politieke onmacht een einde moesten gaan maken.

Welnu, de beide regisseurs begonnen voortvarend. Om de hoofdkussens eens goed op te schudden publiceerden zij om te beginnen een schrijven met als titel: “Kort veur de Kop”. Dit schrijven was een regelrechte aanval op de in hun ogen bestuurlijke onmacht in de Oost-Groningse regio. Kennelijk waren de heren regisseurs van mening dat kritisch nadenken in de politieke arena niet zo verstandig is/was en dat je dit vooral moet overlaten aan professionals met grote politieke daadkracht. Achteraf bleek dit schrijven onderdeel van een soort van strategie om de bestuurders in onze regio alvast te kneden teneinde ze in een later stadium in een vooropgesteld keurslijf te kunnen persen.

De beide gebiedsregisseurs hebben uiteindelijk na bestuurlijk hoor en wederhoor een  “businesscase` in elkaar getimmerd. In deze fase van hoor en wederhoor heeft bestuurlijk Veendam altijd duidelijk aangegeven hoe er tegen de nieuw te vormen structuur van sociale werkvoorziening werd aangekeken. Kernachtig komt “Veendams” mening hier grotendeels op neer:

-voorlopig geen fusie tussen Wedeka en Synergon tot één groot en log werkvoorzieningsschap met één directie waarvan op voorhand de voordelen onduidelijk zijn. Samenwerken daarentegen zoals nu ook plaatsvindt wel gewoon blijven continueren.

-geen simpele samenvoeging van de TDC’s  maar zoeken naar een goede afstemming van de zogenaamde ontwikkelagenda die duidelijkheid geeft welke de rol is van de desbetreffende gemeente.

-geen extra bestuurslaag invliegen die juridisch gaat botsen met de Wet Gemeenschappelijke Regelingen.

 

De oorspronkelijke gedachten om de beide werkvoorzieningsschappen Wedeka en Synergon alvast te gaan fuseren moest door de regisseurs al snel worden losgelaten, omdat er aantoonbaar geen financieel voordeel te behalen viel. Om het ongenoegen in dezen weer te geven gaven de beide gebiedsregisseurs meteen aan dat deze aanpassing t.o.v. de oorspronkelijke gedachte de zogenaamde “second beste” oplossing zou kunnen zijn. Kennelijk is/was  het moeilijk te verteren als regisseur dat je niet altijd je zin kunt doordrijven, ook wanneer een duidelijke onderbouwing dit bekrachtigt.

Uiteindelijk kwamen de gebiedsregisseurs en de betrokken bestuursvoorzitters met een definitieve businesscase die voorgelegd werd aan de gemeenteraden. Vanwege de bedenkingen op voorhand van de gemeenten Stadskanaal en de gemeente Veendam namen de gebiedsregisseurs de moeite om de businesscase te komen verduidelijken. Deze verduidelijking kwam in feite neer op het bekende slikken of stikken. Opvallend was ook dat er duidelijk onwil bij de beide regisseurs was om te luisteren dan wel rekening te houden met de door de gemeenteraad aangevraagde adviezen van professor Engels inzake de problematiek van de juridische wenselijkheid van de businesscase, gelet op de wettelijke grondvesten van de wet Gemeenschappelijke Regelingen. In de businesscase bleek de inbreng en de regie van de gemeente zeer gekortwiekt, behalve wanneer er tekorten zouden ontstaan in de toekomst. Dan opeens zou de afstand tot de gemeenten zeer kort blijken te zijn…

In een later stadium werd ook duidelijk dat de staatssecretaris deze argumenten niet eens wilde beluisteren….

De sfeer van de gepubliceerde berichtgevingen in de door bestuurlijk Veendam genomen afstand van deze businesscase ademt een sfeer uit van onverantwoordelijk bestuur en het verkwanselen van vele miljoenen euro’s die bestemd zijn voor de vele medewerkers van de beide werkvoorzieningsschappen in de vorm van te scheppen banen. Dat laatste is een misvatting. De miljoenen euro’s  die eventueel vanuit onze overheid naar Oost Groningen zullen gaan stromen zullen worden gebruikt om de afbouw van de bestaande schappen en de opbouw van een nieuw te vormen werk- en leerbedrijf geheel of gedeeltelijk te bekostigen. Nieuwe banen gaan scheppen met deze gelden?  Daar ziet het op dit moment zeker niet naar uit. Het doel van het nieuwe werk- leerbedrijf blijft om de betrokken medewerkers te begeleiden daar waar mogelijk naar een baan buiten de werkvoorziening bij bedrijven in de regio. En er zal ook altijd de plicht blijven dat iedere gemeente blijft zorgen voor voldoende beschermde werkplekken voor haar inwoners die niet regulier aan het arbeidsproces kunnen deelnemen.

Voorlopig staan zowel de gemeente Veendam als de gemeente Stadskanaal even alleen t.o.v. de overige eerder genoemde gemeenten en het is nog maar de vraag of dit zo erg is zoals het misschien lijkt. Als op termijn de vanuit Den Haag toegestroomde spiegeltjes en kralen wellicht zijn gebruikt voor het vormen van een “bestuurlijk molog”, zullen we weten wie in dezen de meest verstandige beslissing heeft genomen.

Wordt vervolgd.

Job Westerhuis